ECLI:NL:RBDHA:2020:3359
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging opvang en verstrekkingen aan asielzoekster zonder rechtmatig verblijf
Eiseres, een Armeense asielzoekster zonder rechtmatig verblijf, maakte bezwaar tegen het besluit van het COA om haar opvang en verstrekkingen te beëindigen per 9 november 2018. Verweerder stelde dat het recht op verstrekkingen was geëindigd omdat eiseres geen uitstel van vertrek meer had en er geen sprake was van zeer bijzondere omstandigheden die opvang zouden rechtvaardigen.
De rechtbank overwoog dat eiseres niet in aanmerking kwam voor uitstel van vertrek en dat het beroep tegen dat besluit reeds ongegrond was verklaard. De vraag was of er sprake was van zeer bijzondere omstandigheden, zoals een acute medische noodsituatie, die opvang vereisten. Eiseres voerde aan dat haar psychische toestand en een suïcidepoging een arguable claim op grond van artikel 3 EVRM Pro vormden, maar de rechtbank stelde vast dat zij 24 uur per dag bij familie verbleef en geen gebruik maakte van COA-opvang.
Verder oordeelde de rechtbank dat het recht op medisch noodzakelijke zorg ook buiten de opvang geregeld is en dat eiseres niet had aangetoond dat het stopzetten van de verstrekkingen tot een acute medische noodsituatie zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van de opvang en verstrekkingen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.