Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
de vreemdelingen de vorige aanvragen hebben ingediend binnen drie maanden na verlening van de verblijfsvergunning van referent. Op grond van de toen geldende rechtspraak is referent toen niet als minderjarig aangemerkt. Hierna heeft het HvJ het arrest A. en S. gewezen en is het van toepassing zijnde beleid gewijzigd. Onder deze omstandigheden moet de staatssecretaris motiveren waarom hij voor deze aanvragen van oordeel is dat deze niet zijn ingediend binnen een redelijke termijn, als bedoeld in punt 61 van het arrest A. en S. De vreemdelingen hebben immers (…) meermaals te kennen gegeven gebruik te willen maken van het recht op gezinshereniging. De enkele stelling dat het besluit van (…), waarbij referent als meerderjarig is aangemerkt, in rechte is komen vast te staan, is daarom onvoldoende.”