ECLI:NL:RBDHA:2020:3412
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Weigering visum wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiseres heeft een visumaanvraag ingediend voor een familiebezoek aan haar broer in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken heeft het bezwaar tegen de weigering van het visum ongegrond verklaard omdat twijfel bestond over het voornemen van eiseres om tijdig terug te keren naar Pakistan.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende sociale en economische binding met Pakistan heeft aangetoond. Hoewel zij werkzaam is als onderwijzeres, is niet duidelijk of het werk tijdelijk of vast is en zijn de bankafschriften onvoldoende bewijs voor haar economische binding. Ook haar sociale binding is beperkt omdat zij niet gehuwd is en geen eigen gezin heeft.
De rechtbank stelt vast dat de minister zijn ruime beoordelingsmarge in visumzaken heeft benut en het besluit voldoende heeft gemotiveerd. Ook is het afzien van een hoorzitting gerechtvaardigd omdat dit geen andere uitkomst zou hebben gegeven. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende sociale en economische binding met Pakistan.