Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Het verzoek
Het verweer
De beoordeling
met het oog ophet indienen van een faillissementsverzoek, niet kan leiden tot het aannemen van pluraliteit (zie ook ECLI:NL:GHARL:2017:8162).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, erfgenamen van de overleden heer, vroegen faillissement aan van verweerder wegens het niet betalen van vorderingen uit hoofde van leningen. De vorderingen waren verdeeld via een notariële akte, waardoor verzoekers ieder een zelfstandig vorderingsrecht kregen.
Verweerder erkende de schuld maar betoogde dat er geen sprake was van meerdere schuldeisers, omdat de vordering feitelijk één schuld betrof die kunstmatig was gesplitst om een faillissement te creëren. De rechtbank oordeelde dat volgens vaste jurisprudentie een splitsing van een vordering niet leidt tot pluraliteit van schuldeisers.
De rechtbank verwierp het verweer van misbruik van bevoegdheid en oordeelde dat het faillissementsverzoek niet kon worden toegewezen omdat niet aan het vereiste van pluraliteit was voldaan. Het verzoek werd afgewezen en partijen droegen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het faillissementsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van pluraliteit van schuldeisers.