ECLI:NL:RBDHA:2020:3434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie
De rechtbank Den Haag behandelde op 2 april 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van een vrouw met schizofrenie. Uit de medische verklaringen en het zorgplan bleek dat de betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is.
Tijdens de zitting verklaarde de betrokkene dat het beter met haar gaat, maar zij verzet zich tegen de opname en medicatie. De behandelend psychiater bevestigde dat de situatie is verbeterd en dat het plan is om toe te werken naar ontslag, mits goede afspraken met ambulante zorg worden gemaakt. De advocaat van de betrokkene verzocht om een zo kort mogelijke duur van de machtiging.
De rechtbank oordeelde dat de criteria voor verplichte zorg zijn vervuld, dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de zorg proportioneel en effectief is. De machtiging wordt verleend voor zes maanden voor de zorgmaatregelen, met een maximale opnameduur van één maand. De rechtbank wees het verzoek tot verkorting van de termijn af.
De beschikking is uitgesproken door rechter H.A.G. Nijman en griffier A.E. Babulall-Balkaran en staat open voor cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg met opname maximaal een maand en overige zorgmaatregelen voor zes maanden.