Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [geboortedatum] , van Syrische nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. S.L. Sarin),
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 19 juli 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 5 februari 2020 stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen op deze aanvraag. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam alsnog op 12 februari 2020 een besluit op de aanvraag. Vervolgens trok eiser het beroep bij brief van 27 februari 2020 in en verzocht gelijktijdig om veroordeling van verweerder in de proceskosten.
De rechtbank stelde verweerder in de gelegenheid een verweerschrift in te dienen, waarop verweerder op 24 maart 2020 reageerde en aangaf bereid te zijn de proceskosten tot €262,50 te vergoeden. De rechtbank constateerde dat het beroep was ingetrokken omdat verweerder aan eiser tegemoet was gekomen en dat het verzoek om proceskostenveroordeling gelijktijdig was ingediend.
De rechtbank wees het verzoek toe en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €262,50, welke betrekking hadden op beroepsmatige rechtsbijstand in de procedure. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Janse van Mantgem op 9 april 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan eiser.