ECLI:NL:RBDHA:2020:3488
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris in proceskosten wegens niet tijdig beslissen verblijfsaanvraag
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, diende op 25 april 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het niet tijdig beslissen op deze aanvraag, stelde eiseres op 5 januari 2020 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam alsnog op 5 februari 2020 een besluit op de aanvraag. Vervolgens trok eiseres het beroep in op 11 februari 2020, maar verzocht tegelijkertijd om een afzonderlijke uitspraak waarin verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank stelde verweerder in de gelegenheid een verweerschrift in te dienen waarop hij reageerde. Partijen wensten geen zitting, waarna de rechtbank het onderzoek sloot. De rechtbank oordeelde dat de intrekking van het beroep samenhing met het tegemoetkomen van verweerder aan eiseres en dat het verzoek tot proceskostenvergoeding terecht was ingediend.
De rechtbank wees het verzoek toe en veroordeelde verweerder tot betaling van €262,50 aan proceskosten, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Janse van Mantgem op 9 april 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €262,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de verblijfsaanvraag.