Uitspraak
1.Nederlandse Vereniging van Commerciële Radio (VCR),
1.Stichting ter Exploitatie van Naburige Rechten (Sena),
2. Stichting Nederlandse Publieke Omroep (NPO),
Rechtbank Den Haag
Verzoeksters, waaronder de Nederlandse Vereniging van Commerciële Radio (VCR), Talpa TV B.V. en RTL Nederland B.V., hebben bij de rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening gevraagd tegen het aanwijzingsbesluit van het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten. Dit besluit verplicht Sena tot openbaarmaking van standaardlicentieovereenkomsten en normaal toepasselijke tarieven inclusief kortingen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de procedure voor een voorlopige voorziening niet geschikt is om de complexe rechtsvragen te behandelen, zoals de uitleg van de begrippen standaardlicentieovereenkomsten en normaal toepasselijke tarieven uit de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, en de rechtmatigheid van de nalevingstermijn. Deze vragen dienen in de bodemprocedure te worden beantwoord.
Verzoeksters voeren een spoedeisend belang aan vanwege de mogelijke langdurige duur van de beroepsprocedure en de nadelige gevolgen voor hun onderhandelingspositie. Sena en NPO betwisten dit en wijzen op het onomkeerbare karakter van openbaarmaking. De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van Sena en NPO om het oordeel van de rechtbank af te wachten zwaarder weegt dan het financiële belang van verzoeksters.
Daarom worden de verzoeken om een voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.P. Kleijn op 14 april 2020 en kan niet in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang en het prevaleren van de belangen van Sena en NPO.