ECLI:NL:RBDHA:2020:3547
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening urgentieverklaring seniorenwoning
Verzoekster, een 77-jarige vrouw met ernstige medische beperkingen, vroeg om een urgentieverklaring voor een seniorenwoning. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wees dit af omdat verzoekster met een inschrijfduur van bijna 18 jaar naar verwachting binnen drie maanden een geschikte woning kan krijgen.
De voorzieningenrechter toetste het besluit terughoudend vanwege de beleidsvrijheid van het college en concludeerde dat de lange inschrijfduur en het aanbod van meerdere geschikte seniorencomplexen in Zoetermeer aannemelijk maken dat verzoekster spoedig een passende woning kan krijgen.
Verzoekster slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij niet binnen drie maanden een geschikte woning kan vinden. Ook het feit dat een specifieke woning meer geschikt zou zijn, maakte de overige woningen niet ongeschikt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar tegen het primaire besluit geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt afgewezen omdat verzoekster naar verwachting binnen drie maanden een geschikte seniorenwoning kan krijgen.