Uitspraak
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2020 in de zaak tussen
[naam eiser] (V-nummer [....] ), eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, die reeds in 2004 werd genomen. Het bestreden besluit werd aangetekend verzonden naar het laatst bekende adres van eiser, hoewel eiser niet meer op dat adres woonde en dit niet had doorgegeven aan de autoriteiten.
Eiser betoogde dat het besluit niet op juiste wijze bekend was gemaakt en dat hij niet tijdig bezwaar kon maken omdat hij niet op het adres verbleef waar het besluit naartoe werd gestuurd. De rechtbank oordeelde dat eiser verplicht was zijn adreswijziging door te geven en dat verweerder niet verplicht was verder onderzoek te doen naar een nieuw adres. Het besluit was daarom rechtsgeldig bekendgemaakt.
Het beroepschrift werd pas in 2016 ingediend, ruim elf jaar na het verstrijken van de beroepstermijn. De rechtbank vond geen verschoonbare reden voor deze termijnoverschrijding en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Een inhoudelijke beoordeling van het besluit vond niet plaats.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.