ECLI:NL:RBDHA:2020:3582
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanwijzing op grond van artikel 55 Vreemdelingenwet
Eiser, met de Colombiaanse nationaliteit, had beroep ingesteld tegen een aanwijzing op grond van artikel 55 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij hij zich beschikbaar moest houden op een opvanglocatie. Verweerder heeft het bestreden besluit ingetrokken en de proceskosten toegezegd, waarna eiser het beroep handhaafde. De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft omdat het doel van het beroep is bereikt met de intrekking van het besluit.
Daarnaast is het verzoek van eiser tot overplaatsing naar een andere opvanglocatie niet aan de orde in deze procedure, omdat dit betrekking heeft op opvang en niet op de aanwijzing zelf. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten vanwege de coronamaatregelen en de zaak is schriftelijk behandeld.
Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet. De uitspraak is gedaan door rechter W.B. Klaus in aanwezigheid van griffier R. Pronk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na intrekking van het bestreden besluit.