ECLI:NL:RBDHA:2020:3676
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak in beroep
Verzoeker, met de Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 14 februari 2020. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 10 maart 2020, samen met de behandeling van een gerelateerde zaak (NL20.4651). Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in zaak NL20.4651. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 20 maart 2020, zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen, en zal later alsnog in een openbare zitting worden uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in het beroep.