De eiseres, een Eritrese minderjarige, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat de identiteit van de eiseres niet kon worden vastgesteld. De eiseres voerde aan dat met een doopakte en foto’s de familieband met de referente was aangetoond en dat er sprake was van bewijsnood, waardoor DNA-onderzoek aangeboden had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat de doopakte vals was bevonden door het Bureau Documenten en dat de foto’s onvoldoende substantieel bewijs vormden. De staatssecretaris hoefde daarom geen DNA-onderzoek aan te bieden en mocht het ontbreken van officiële identificerende documenten als reden voor afwijzing aanvoeren.
Omdat de identiteit van de eiseres niet was vastgesteld, kon ook de familierechtelijke relatie niet worden aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.