ECLI:NL:RBDHA:2020:3698

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 april 2020
Publicatiedatum
22 april 2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 4527
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening inzake intrekking verblijfsvergunning niet-ontvankelijk verklaard

Verzoekster had een aanvraag ingediend voor wijziging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel verblijf als familie- of gezinslid, naar een verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden. Dit verzoek werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen en de oorspronkelijke vergunning werd met terugwerkende kracht ingetrokken per 9 oktober 2017.

Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed daartoe noodzaakt. Echter, na een eerdere uitspraak in een gerelateerde zaak waarin het beroep van verzoekster ongegrond werd verklaard, was niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste. Hierdoor werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/4527
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 april 2020 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoekster] , verzoekster, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde mr. W.N. van der Voet),
tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor het wijzigen van de verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’ in een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen. Tevens heeft verweerder de verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’ met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 9 oktober 2017.
Bij besluit van 21 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Bij uitspraak van vandaag, in de procedure met zaaknummer AWB 19/4526, heeft de rechtbank het beroep van verzoekster ongegrond verklaard.
3. Nu niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van Pro de Awb neergelegde connexiteitsvereiste, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.F.A. Bleichrodt, griffier, op 16 april 2020.
griffier voorzieningenrechter
Als gevolg van de maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld