ECLI:NL:RBDHA:2020:3829
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij niet tijdig besluit vreemdelingenrecht
Eiser, van Ugandese nationaliteit, stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De aanvraag werd ontvangen op 12 augustus 2019, waarna de beslistermijn tot 12 februari 2020 liep. Eiser diende echter op 11 februari 2020 een ingebrekestelling in, die de rechtbank als prematuur beoordeelde omdat deze vóór het verstrijken van de beslistermijn was ingediend.
Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken. De rechtbank oordeelde dat aan deze voorwaarden niet was voldaan, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was.
De rechtbank deed uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. de Groot in aanwezigheid van griffier S.J. Versteeg. De uitspraak werd niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen, maar zal alsnog openbaar worden uitgesproken zodra mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.