Uitspraak
REchtbank DEN Haag
het college van burgemeester en wethouders van Hillegom, verweerder
[A], te [woonplaats] , vergunninghouder.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die is verleend voor het bouwen van een bedrijfsruimte met koelcellen bij een planten- en bollenteeltbedrijf. De vergunning is verleend met toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, waarbij het bouwplan een beperkte overschrijding van het maximaal toegestane oppervlak aan bedrijfsbebouwing betreft.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat het bouwplan voldoet aan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en dat er geen sprake is van evidente strijd met de provinciale Verordening Ruimte 2014. De toetsing aan de Verordening is beperkt vanwege de aard van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid.
Verder is vastgesteld dat de bestaande kas die deels voor opslag wordt gebruikt, niet meegeteld wordt bij de bestaande bebouwing, maar dat handhaving zal plaatsvinden indien het gebruik niet overeenkomt met de vergunning. De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening onvoldoende spoedeisend belang heeft en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.