ECLI:NL:RBDHA:2020:3904
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdelingen
Verzoekers, van Armeense nationaliteit, hadden een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op humanitaire gronden, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter overweegt dat het bestreden besluit niet automatisch wordt geschorst door het bezwaar en dat de Staatssecretaris niet bevoegd is de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten. Omdat de Staatssecretaris zich niet verzet tegen het verzoek om voorlopige voorziening, wordt het verzoek toegewezen.
De uitzetting van verzoekers wordt verboden tot vier weken na de beslissing op het bezwaar. Tevens wordt de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op €525. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekers wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.