ECLI:NL:RBDHA:2020:3952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens niet-ontvankelijkheid bij te laat ingediend bezwaarschrift
Eiseres diende een bezwaarschrift in tegen het primaire besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarin haar aanvraag voor een voorrangsverklaring werd afgewezen. Dit bezwaarschrift werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.
Eiseres voerde verschillende persoonlijke omstandigheden aan, waaronder dakloosheid, verblijf op wisselende adressen, het niet ontvangen van post, en haar bevalling met psychische gesteldheid, als redenen voor de termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden geen verschoonbare reden vormden om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukte dat de wettelijke termijn strikt is en dat eiseres, indien zij niet in staat was tijdig bezwaar te maken, tijdig hulp had moeten inschakelen. Omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat dit niet mogelijk was, werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep tegen deze beslissing werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter R. de Jong op 20 februari 2020.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.