ECLI:NL:RBDHA:2020:4030
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens twijfel aan terugkeerintentie
Eisers, beiden Marokkaanse nationaliteit, vroegen een visum kort verblijf aan om familie te bezoeken in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvragen af op grond van artikel 32 van Pro de Visumcode, vanwege onvoldoende aantonen van het doel van het verblijf en redelijke twijfel aan hun terugkeerintentie.
Eisers betoogden dat zij voldoende sociale en economische binding met Marokko hebben en dat de hoorplicht is geschonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een ruime beoordelingsruimte heeft bij het toetsen van terugkeerintentie en dat eisers onvoldoende objectief bewijs leverden van hun binding met Marokko. De economische bewijsstukken waren niet overtuigend en sociale binding werd als gering beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eisers om tijdig terug te keren, waardoor de afwijzing terecht was. Ook de klacht over schending van de hoorplicht faalde, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvragen wordt ongegrond verklaard vanwege redelijke twijfel aan terugkeerintentie.