In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 20 april 2020 een herstelvonnis uitgesproken betreffende een eerder vonnis van 11 februari 2020 in een kort geding tussen Jami B.V. en Dominidesign c.s. Dominidesign had verzocht om verbetering van het vonnis omdat het dictum een merkenrechtelijk verbod bevatte dat in de rechtsoverwegingen was afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een kennelijke fout in het dictum, aangezien het bevel onder 5.2 een merkenrechtelijk verbod bevatte dat evident niet aansloot op de voorafgaande rechtsoverwegingen. Hoewel in de rechtsoverwegingen merkinbreuk werd vastgesteld, werd het merkenrechtelijk verbod jegens Dominidesign wegens gebrek aan belang afgewezen.
De rechter wees het bezwaar van Jami tegen de verbetering af en besloot het dictum te corrigeren door het merkenrechtelijk verbod te schrappen en de nummering van de overige dictumpunten aan te passen. Tevens werd bepaald dat deze correcties worden vermeld op de minuut van het oorspronkelijke vonnis en dat partijen de ontvangen vonnissen aan de griffie retourneren.
Het herstelvonnis verduidelijkt de uitspraak en voorkomt onduidelijkheid over de reikwijdte van het verbod, waarbij de rechter strikt vasthoudt aan de inhoud van de rechtsoverwegingen en het dictum in overeenstemming brengt met de inhoudelijke beoordeling.