ECLI:NL:RBDHA:2020:4063
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijkheden financiële situatie
Eiseres ontvangt sinds 1 maart 2016 bijstand en woont met haar dochters aan een adres. Na een onderzoek in november 2018 heeft de gemeente het recht op bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet verstrekken van essentiële financiële gegevens en onduidelijkheden over haar inkomsten en vermogenspositie.
De rechtbank oordeelt dat eiseres verwijtbaar heeft nagelaten de gevraagde gegevens te verstrekken, waaronder informatie over een bankrekening, inkomsten uit arbeid en het gebruik van haar bankrekening door derden. Hierdoor kon het recht op bijstand over de periode van 1 juli tot 20 november 2018 niet worden vastgesteld. Ook de bewering dat haar dochter recht had op studiefinanciering werd niet onderbouwd, waardoor de dochter als kostendelende medebewoner werd aangemerkt.
Eiseres heeft geen objectief bewijs geleverd van haar arbeidsuren en inkomsten, ondanks meerdere verlengingen van de hersteltermijn. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand over de betreffende perioden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.