ECLI:NL:RBDHA:2020:4091

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 april 2020
Publicatiedatum
6 mei 2020
Zaaknummer
AWB 19/9281
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 6:16 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:81 lid 1 Algemene wet bestuursrechtArt. 73 lid 2 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op uitzetting tot beslissing op bezwaar vanwege gezondheidssituatie verzoeker

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend om zijn uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn gezondheidssituatie. Het primaire besluit van 22 maart 2018 wees dit verzoek af, waarna bezwaar werd gemaakt en ongegrond verklaard. De rechtbank Den Haag heeft het beroep van verzoeker gegrond verklaard, waardoor verweerder opnieuw moet beslissen op het bezwaar.

Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist. Verweerder verzette zich niet tegen dit verzoek en stemde in met een afdoening zonder zitting. De voorzieningenrechter wees het verzoek om griffierechtvrijstelling toe en overwoog dat de werking van het primaire besluit niet automatisch wordt geschorst bij bezwaar, noch dat verweerder bevoegd is de rechtsgevolgen daarvan op te schorten.

Omdat partijen het erover eens zijn dat uitzetting moet worden voorkomen tot de bezwaarprocedure is afgerond, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/9281

uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 april 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.W.F. Noot),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. de Jong).

Procesverloop

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend om zijn uitzetting achterwege te laten in verband met zijn gezondheidssituatie. Het betreft hier een aanvraag op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Bij besluit van 22 maart 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker afgewezen.
Tegen het primaire besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Het beroep dat verzoeker daartegen heeft ingediend heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s Hertogenbosch, bij uitspraak van 8 november 2019 gegrond verklaard (AWB 18/3786). Verweerder moet daarom opnieuw beslissen op het bezwaar.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft bij brief van 17 april 2020 medegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. In dezelfde brief geeft verweerder toestemming om de zaak zonder zitting af te doen.
Bij brief van 20 april 2020 heeft verzoeker ook toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen.
De voorzieningenrechter sluit het onderzoek en doet uitspraak.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek toe.
2. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op grond van artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. In de brief van 17 april 2020 heeft verweerder meegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek.
4. De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het primaire besluit op grond van artikel 6:16 van Pro de Awb in samenhang met artikel 73, tweede lid, van de Vw niet geschorst wordt, ook niet indien tegen dat besluit bezwaar is gemaakt. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder op grond van de Awb en de Vw niet zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het primaire besluit – met de vermelding dat verzoeker kan worden uitgezet – op te schorten.
5. Omdat tussen partijen niet in geschil is dat van uitzetting van verzoeker moet worden afgezien totdat op het bezwaar is beslist, bestaat aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden totdat op dat bezwaar is beslist.
6. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,-.
De griffier is verhinderd de uitspraak te De voorzieningenrechter is verhinderd de ondertekenen. uitspraak te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.