ECLI:NL:RBDHA:2020:4168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV tot vergoeding proces- en reiskosten na intrekking WIA-uitkeringsbesluit
Eiseres ontving een WIA-uitkering die het UWV per 25 maart 2018 introk. Na bezwaar verklaarde het UWV dit bezwaar ongegrond, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure werd het onderzoek geschorst om nadere stukken in te dienen en werd een verzekeringsarts als deskundige benoemd.
Op 25 maart 2020 herzag het UWV het eerdere besluit en verklaarde het bezwaar alsnog gegrond, waarbij eiseres per genoemde datum in aanmerking kwam voor een IVA-uitkering. Hierop trok eiseres haar beroep in met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat het UWV aan eiseres was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten van €1.575,-, een reiskostenvergoeding van €9,92 en het griffierecht van €46,-, in totaal €1.584,92. De uitspraak werd gedaan door rechter D.R. van der Meer op 8 mei 2020.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, reiskosten en griffierecht aan eiseres na herziening van het besluit en toekenning van de IVA-uitkering.