ECLI:NL:RBDHA:2020:4188
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking parkeervergunning wegens onvoldoende motivering hoogtevoertuig
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk om zijn parkeervergunning in te trekken. Het voertuig van eiser bleek 16 centimeter hoger dan de in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) toegestane hoogte van 2,40 meter, terwijl de lengte binnen de toegestane 6 meter bleef.
Verweerder had het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het beroep doorgestuurd aan de rechtbank. Eiser voerde aan dat zijn voertuig binnen de toegestane lengte viel en dat er sprake was van ongelijke behandeling omdat andere voertuigen die uitstaken niet werden gehandhaafd. Tevens stelde hij dat de alternatieve parkeerplaatsen op bedrijventerreinen niet geschikt waren.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat het ten onrechte de lengte van het voertuig als reden gaf voor intrekking, terwijl de hoogte de relevante grond was. Desondanks bleef de intrekking in stand omdat het voertuig vanwege zijn hoogte onder het parkeerverbod valt. De rechtbank wees erop dat een ontheffing mogelijk is voor een bepaalde straat, wat een betere optie is dan parkeren op bedrijventerreinen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen geheel in stand blijven. Verweerder werd opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de intrekking van de parkeervergunning blijft in stand.