ECLI:NL:RBDHA:2020:4302
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag vanwege internationale bescherming in Denemarken
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, heeft internationale bescherming gekregen in Denemarken. Zijn gezin verblijft in Nederland met een verblijfsvergunning. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard op grond van het feit dat eiser reeds een verblijfsvergunning in Denemarken bezit. Eiser stelde dat het besluit in strijd is met artikel 23 van Pro de Kwalificatierichtlijn en artikel 8 EVRM Pro, mede vanwege het verblijf van zijn gezin in Nederland.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is en dat eiser geen omstandigheden heeft aangevoerd die dit vertrouwen doorbreken. De rechtbank wijst erop dat artikel 23 Kwalificatierichtlijn Pro alleen ziet op gezinsleden in dezelfde lidstaat als waar bescherming is verleend, waardoor Nederland niet bevoegd is dit toe te passen. Ook is geen discretionaire bevoegdheid van verweerder aanwezig om een verblijfsvergunning te verlenen in deze situatie.
Het beroep faalt daarom en de rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.E.M. van Abbe en griffier E. Kersten, zonder openbare zitting vanwege COVID-19 maatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.