Op 23 januari 2020 heeft de verdachte samen met anderen een woning in Leiderdorp binnengedrongen door de achterdeur open te flipperen met een stuk plastic, een zogenaamde flipper. Hierbij werd een gouden armband met bedeltje weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
Tijdens de terechtzitting op 24 april 2020 legde de verdachte een bekennende verklaring af. De verdediging nam geen expliciet standpunt in tegen bewezenverklaring. De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekentenis, het proces-verbaal van aangifte en bevindingen.
De rechtbank oordeelde dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat de verdachte strafbaar is. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een eerdere veroordeling in 2015, werd een gevangenisstraf van zes maanden opgelegd, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank wees de vordering tot verbeurdverklaring van het in beslag genomen geldbedrag van € 25,- af en gelastte teruggave aan de verdachte. De opgelegde straf houdt rekening met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden, waaronder het ontbreken van braakschade en de impact van coronamaatregelen in detentie.