Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenbeslissing van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2020 op het verzoek van:
[verzoekster] , verzoekster,
Procesverloop
Overwegingen
2. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij doordat het beroepschrift nog niet in behandeling is genomen, nog altijd geen gebruik kan maken van de voor haar noodzakelijke hulpverlening.
3. De rechtbank is niet gebleken dat sprake is van een spoedeisende zaak als bedoeld in artikel 8:52, eerste lid, van de Awb. Uit het besluit van 29 oktober 2019 komt naar voren dat verzoekster zorg in natura geleverd kan krijgen door een zorgverlener waar het Zorgkantoor een contract mee heeft gesloten. Verzoekster zal dus niet verstoken hoeven te zijn van de voor haar noodzakelijke zorg. Dat verzoekster die zorg liever in de vorm van een persoonsgebonden budget krijgt, maakt het voorgaande niet anders.