ECLI:NL:RBDHA:2020:431
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser, een Sierra Leoonse nationaliteit, diende op 18 november 2019 een opvolgende asielaanvraag in. Eerder was hem in 2002 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, geldig tot 2004. In de huidige procedure beroept eiser zich op dezelfde problemen als in zijn eerste aanvraag, waaronder traumatische ervaringen en medische problemen. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het ontbreken van nieuwe elementen.
Eiser voerde aan dat hij sinds 2001 in Nederland verblijft, de Nederlandse taal machtig is en zich Nederlander voelt, en dat zijn situatie verslechterd is. De rechtbank overwoog dat de eerdere vergunning was verleend op basis van categoriaal beschermingsbeleid en niet op humanitaire gronden. Eiser bracht geen nieuwe feiten naar voren die een verblijfsvergunning zouden rechtvaardigen.
Ook het opgelegde inreisverbod van twee jaar blijft van kracht, aangezien eiser niet heeft aangetoond dat hij Nederland of de EU heeft verlaten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De opvolgende asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.