ECLI:NL:RBDHA:2020:4342
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, laatstelijk werkzaam als huishoudhulp, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens lichamelijke klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat eiseres volgens medische en arbeidsdeskundige rapporten slechts 22,99% arbeidsongeschikt is, wat onder de vereiste 35% valt.
De rechtbank beoordeelde de medische onderzoeken van de primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b), die beide concludeerden dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt is. De klachten van eiseres zijn erkend en meegenomen, maar ontbrak een medisch objectieve onderbouwing voor de ernst van de beperkingen. Ook de arbeidsdeskundige bevestigde dat eiseres geschikt is voor bepaalde administratieve functies.
Eiseres voerde aan dat haar klachten zijn onderschat en dat zij niet geschikt is voor de voorbeeldfuncties, maar kon dit niet met medische informatie onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de rapporten zorgvuldig en duidelijk zijn en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.