ECLI:NL:RBDHA:2020:4604
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenzaak
Eiser, van Bengaalse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 8 februari 2020 aan hem was opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij verzocht tevens om schadevergoeding vanwege vermeende onrechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel van bewaring tot 30 maart 2020 rechtmatig was, zoals eerder beoordeeld in een uitspraak van 3 april 2020. De vraag was of de bewaring daarna onrechtmatig was geweest. Eiser stelde dat na de gegrondverklaring van zijn asielberoep op 27 maart 2020 de grondslag voor de bewaring was komen te vervallen, omdat zijn asielaanvraag ten onrechte in de grensprocedure was behandeld.
De rechtbank oordeelde dat deze stelling niet slaagt, mede omdat verweerder de bewaring drie dagen na de einduitspraak heeft opgeheven en niet is gebleken dat dit onnodig lang heeft geduurd. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om schadevergoeding af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.