Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep is gelet op al het voorgaande ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij door een strafoverplaatsing niet tijdig een zienswijze kon indienen en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel, omdat een kamergenoot in een vergelijkbare situatie wel uitstel had gekregen. De staatssecretaris betwistte het bestaan van een strafoverplaatsing en het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt en dat er sprake is van een gebrek in de procedure doordat eiser geen zienswijze kon indienen. Desondanks werd het gebrek gepasseerd omdat eiser inmiddels overleg had gehad met zijn gemachtigde en geen inhoudelijke beroepsgronden had ingediend.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525,-. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-behandeling van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard, ondanks een gegrond beroep op het gelijkheidsbeginsel en een procedureel gebrek dat wordt gepasseerd.