ECLI:NL:RBDHA:2020:4627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot voortzetting opvang asielzoekster wegens acute medische noodsituatie
Verzoekster, een Armeense asielzoekster, kreeg te horen dat haar opvang op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva 2005) beëindigd zou worden. Zij stelde dat beëindiging zou leiden tot een acute medische noodsituatie vanwege haar suikerziekte, hoge bloeddruk en psychische aandoeningen. Het COA stelde dat er geen spoedeisend belang was en dat zij geen recht meer had op opvang.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van onverwijlde spoed en dat de medische adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) aantonen dat zonder opvang een acute medische noodsituatie kan ontstaan. De stabiliserende fase van haar behandeling is essentieel en niet mogelijk zonder opvang.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, met de verplichting aan het COA om de opvang te continueren totdat op het beroep tegen het besluit is beslist. Tevens werd het COA veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt voortzetting van de opvang van verzoekster totdat op het beroep tegen het besluit is beslist.