ECLI:NL:RBDHA:2020:4657
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op basis van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij Nederland de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag aan Duitsland heeft overgedragen conform de Dublinverordening.
Eiser heeft aangevoerd dat de staatssecretaris de verantwoordelijkheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken. De rechtbank overweegt echter dat Nederland mag vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland de Europese asielrichtlijnen en mensenrechtenverdragen niet naleeft.
De rechtbank stelt dat het ontbreken van bewijs dat Duitsland de asielaanvraag niet correct behandelt, het eerdere afwijzen van een asielaanvraag in Duitsland en de verwijzing naar eerdere procedures in Italië onvoldoende zijn om het besluit aan te vechten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.