ECLI:NL:RBDHA:2020:4670
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- D.R. van de Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen 100%-maatregel bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft bij besluit van 21 augustus 2018 een verlaging van zijn bijstandsuitkering met 100% voor de duur van één maand opgelegd gekregen. Tegen het besluit tot afwijzing van het bezwaar hiertegen heeft hij beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. Het spoedeisend belang baseerde verzoeker op een geplande openbare verkoop van zijn woning op 16 maart 2020 vanwege achterstanden op de hypotheek.
De voorzieningenrechter stelt dat een financieel belang op zichzelf niet voldoende is voor het treffen van een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van een acute noodsituatie. De geplande veiling heeft echter niet plaatsgevonden vanwege afspraken tussen hypotheekverstrekkers en de overheid om gedwongen verkopen tijdens de coronacrisis uit te stellen tot ten minste 1 juli 2020.
Omdat de veiling is uitgesteld en geen nieuwe datum bekend is, ontbreekt het spoedeisend belang. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.R. van de Meer op 26 mei 2020 zonder openbare zitting wegens coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.