ECLI:NL:RBDHA:2020:469
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid terrorismerelatie en veilig land van herkomst
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, vroeg asiel aan met het argument dat hij door terroristen werd bedreigd en onder druk werd gezet om zich bij hen aan te sluiten. Hij stelde dat deze mannen hem thuis en op straat volgden en hem een deadline gaven om te kiezen. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank behandelde het beroep waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over de dreiging door terroristen onvoldoende gedetailleerd en tegenstrijdig waren, bijvoorbeeld over de duur van de deadline en het volgen bij school. Ook achtte de rechtbank het ongeloofwaardig dat eiser tot vlak voor vertrek nog werkte terwijl hij voor zijn leven zou vrezen.
Verder werd vastgesteld dat Algerije als veilig land van herkomst geldt, behalve voor LHBTI's, en eiser had niet aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk bescherming ontbeert. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.