ECLI:NL:RBDHA:2020:4709
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangregeling ondanks weigering schuldeiser bij schuldregeling
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een schuldenaar om een dwangregeling op te leggen aan een schuldeiser die weigerde in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De schuldenaar had een prognoseakkoord aangeboden waarbij preferente en concurrente schuldeisers een deel van hun vordering zouden ontvangen binnen 36 maanden tegen finale kwijting.
Verweerster, een schuldeiser met een relatief kleine vordering van €67,05, weigerde mee te werken vanwege de wijze waarop de vordering was ontstaan (tanken zonder betalen). De rechtbank oordeelde dat deze weigering niet redelijk was, mede omdat de vordering slechts 0,1% van de totale schuld vertegenwoordigde en de schuldeiser in de afgelopen zes jaar geen executoriale titel had gezocht.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de weigerachtige schuldeiser ondergeschikt was aan dat van de verzoekster en de overige schuldeisers. Daarom werd de dwangregeling toegewezen. Tevens werd het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen omdat de verzoekster geen belang meer had bij dit verzoek na toewijzing van de dwangregeling.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en wijst het verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling af.