ECLI:NL:RBDHA:2020:4727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris in proceskosten na niet tijdig beslissen op asielaanvragen
Eisers, beiden van Pakistaanse nationaliteit, dienden op 24 januari 2020 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 20 november 2018. De staatssecretaris heeft op 2 april 2020 de asielaanvragen ingewilligd, waarna eisers hun beroepen op 23 april 2020 introkken. Tegelijkertijd verzochten zij de rechtbank om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten conform artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank stelde de staatssecretaris in de gelegenheid een verweerschrift in te dienen, waarop deze reageerde. Omdat partijen geen zitting wensten, werd het onderzoek gesloten. De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de beroepen plaatsvond vanwege tegemoetkoming door de staatssecretaris en dat het verzoek tot kostenvergoeding tijdig en correct was ingediend.
De kosten betroffen beroepsmatige rechtsbijstand en vielen binnen de vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van € 262,50, berekend op basis van het indienen van de beroepen, de lichte wegingsfactor wegens niet tijdig beslissen en de samenhang van de zaken.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.P.W. van de Ven en griffier N.E. Joacim op 28 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 262,50 aan proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op asielaanvragen.