ECLI:NL:RBDHA:2020:4739
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks gehandicaptenparkeerkaart
Eiseres parkeerde op 25 september 2019 op een locatie met betaald parkeren die niet was aangewezen als algemene invalidenparkeerplaats. Hoewel zij een gehandicaptenparkeerkaart zichtbaar in haar auto had, was zij niet vrijgesteld van de parkeerbelasting volgens artikel 4b van de Verordening parkeerbelastingen 2008 van de gemeente Den Haag.
Verweerder legde haar een naheffingsaanslag op omdat de parkeerbelasting niet was voldaan. Eiseres stelde dat dit leidde tot rechtsongelijkheid, omdat houders van gehandicaptenparkeerkaarten volgens haar vrijstelling zouden moeten krijgen, ook op reguliere parkeerplaatsen.
De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling alleen geldt op algemene invalidenparkeerplaatsen en niet op reguliere parkeerplaatsen. Eiseres maakte onvoldoende aannemelijk dat zij ongelijk werd behandeld ten opzichte van andere parkeerders. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E. Kouwenhoven en griffier P.C. Stroebel op 27 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.