Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem, verweerder
[derde-partij], te [woonplaats] , vergunninghouder
Procesverloop
Overwegingen
6 september 2017 (zaaknummer SGR 16/4210) gegrond verklaard omdat verweerder niet op de grondslag van de aanvraag had beslist, de beslissing op bezwaar van 26 april 2016 is vernietigd, de beslissing van 12 november 2015 is herroepen en de aanvraag van
a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4250) mag een bestuursorgaan, indien in een advies van een door dat bestuursorgaan benoemde deskundige op objectieve en onpartijdige wijze verslag is gedaan van het door de deskundige verrichte onderzoek en daarin op inzichtelijke wijze is aangegeven welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, bij het nemen van een besluit van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht.
Beslissing
mr. R.A.E. Bach, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 19 mei 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op rechtspraak.nl.