ECLI:NL:RBDHA:2020:4773
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontzegging contactrecht vader met minderjarige wegens ernstig nadeel en bezwaren kind
De rechtbank Den Haag heeft op 27 mei 2020 een beschikking gegeven in een zaak over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken waarbij de minderjarige zoon het verzoek handhaafde om geen contact meer met zijn vader te hebben. De ouders konden geen overeenstemming bereiken over het contact, waarna de rechtbank een besluit moest nemen.
Op grond van artikel 1:253a lid 2 onder a juncto artikel 1:377a lid 3 onder a tot en met d BW is het mogelijk een ouder het contact met het kind te ontzeggen indien omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling, de ouder kennelijk ongeschikt is, het kind ernstige bezwaren tegen omgang heeft geuit of omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. De rechtbank oordeelde dat in dit geval vooral de eerste en derde grond van toepassing zijn.
De rechtbank ontzegde de vader het recht op contact met de minderjarige, met een tijdsbeperking van ten minste een jaar, waarna opnieuw een verzoek kan worden ingediend. De beschikking is gegeven op verzoek van de minderjarige zelf, die hiermee serieus is genomen. De vader wordt geacht eerst met het kind te overleggen voordat hij een nieuw verzoek indient.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is een wijziging ten opzichte van het ouderschapsplan en eerdere afspraken tussen de ouders over contact. De kinderrechter benadrukt dat de minderjarige altijd zelf kan besluiten weer contact te willen met zijn vader.
Uitkomst: De rechtbank ontzegt de vader het recht op contact met de minderjarige wegens ernstig nadeel en ernstige bezwaren van het kind.