ECLI:NL:RBDHA:2020:4788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens niet aannemelijke duurzame relatie
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteitdragende asielzoeker, diende op 17 december 2020 een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij eerder op 18 oktober 2016 in Italië asiel had aangevraagd. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat hij samen met zijn partner naar Nederland was gekomen en dat hun aanvragen gezamenlijk behandeld moesten worden, beroepend op artikel 10 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een duurzame relatie onderhoudt met zijn partner zoals vereist in artikel 2 van Pro de Dublinverordening. Zijn verklaringen waren inconsistent en niet onderbouwd met documenten. Daarnaast werd het beroep op een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel door het coronavirus verworpen, aangezien dit slechts een tijdelijke situatie betreft die de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.