Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
ProcesverloopBij besluiten van 6 januari 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
3. eiser heeft op 13 augustus 2018 een aanbesteding gewonnen van 100.000 dollar waarna hij in de periode van 16 augustus 2018 tot en met halverwege oktober 2018 problemen heeft ondervonden van de zijde van drie onbekende mannen, omdat zij delen van dit bedrag opeisten.
Verweerder acht de opgegeven identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Echter, verweerder acht ongeloofwaardig dat eiser een aanbesteding heeft gewonnen en dat hij daarna problemen heeft ondervonden van de zijde van drie onbekende mannen. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvragen worden afgewezen als ongegrond.
- een document waarin staat dat eiser aantreedt als directeur van de Private onderneming [naam onderneming] (hierna: [afkorting] );
- een bankafschrift van de Bank VTB van 15 augustus 2018 waarop te zien is dat in de eigen valuta van de Republiek Belarus een bedrag van $ 100.000 op zijn banknummer is bijgeschreven;
- een verklaring van “het Stedelijk klinisch ziekenhuis voor spoedeisende hulp” waarin staat dat eiser zich op 17 augustus 2018 heeft gewend tot dit ziekenhuis in verband met lichamelijk letsel en sporen van mishandeling / hersenschudding;
- de verklaring van het openbaar ministerie van de Republiek Belarus waarin staat dat zij na bestudering van de zaak tot de conclusie zijn gekomen dat er te weinig bewijs is om een strafzaak aanhangig te maken;
- een brief van Vluchtelingenwerk van 11 februari 2019 over beschermingsmogelijkheden van de autoriteiten en corruptie in Wit-Rusland;