ECLI:NL:RBDHA:2020:4854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling bevestigd door rechtbank
Eiser ontving sinds 2015 een WW-uitkering en meldde zich in maart 2018 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Na een eerstejaarsbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid heeft het UWV de Ziektewetuitkering beëindigd per 8 september 2019, omdat eiser volgens onderzoek meer dan 65% van zijn loon kan verdienen.
Eiser voerde beroep aan tegen dit besluit en stelde dat de medische beperkingen onjuist waren ingeschat en onvoldoende waren verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Tevens betwistte hij de geschiktheid van de functies die arbeidskundig waren geduid.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hun rapporten zorgvuldig en duidelijk hadden opgesteld, met inachtneming van zowel lichamelijke als psychische klachten. De aanvullende beperkingen waren adequaat meegenomen en er was geen aanleiding om de medische beoordeling te betwijfelen.
Ook de door de arbeidsdeskundige geduide functies waren passend binnen de belastbaarheid van eiser. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 8 september 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 8 september 2019 wordt ongegrond verklaard.