ECLI:NL:RBDHA:2020:4895
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen subsidiebesluit
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking waarin de subsidie aan eiseres werd vastgesteld en een deel van de voorschotten werd teruggevorderd. Het primaire besluit werd op 14 november 2018 genomen, waarna bij besluit van 29 april 2019 het bezwaar gedeeltelijk werd gehonoreerd en de subsidie aangepast.
Eiseres diende haar beroepschrift op 19 juli 2019 in, terwijl de wettelijke termijn zes weken bedraagt. Partijen waren het erover eens dat het beroep te laat was ingediend. Eiseres stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de directeur van eiseres, die normaliter het e-mailadres voor correspondentie verzorgde, afwezig was in de Verenigde Staten. Verweerder had het besluit echter niet per e-mail maar per gewone post naar het postadres van de directeur in Jordanië gestuurd.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke beroepstermijn van openbare orde is en dat overschrijding alleen onder zeer uitzonderlijke omstandigheden verschoonbaar is. De omstandigheden van afwezigheid en het niet gebruik van e-mail door verweerder waren onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Eiseres had maatregelen moeten treffen om post tijdig te verwerken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Nooijen en griffier M. Tijsma op 5 juni 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.