Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 25 februari 2020 op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd vanwege het ontbreken van geldige reisdocumenten. Hij werd vervolgens in de grensprocedure geplaatst en later strafrechtelijk in verzekering gesteld wegens het gebruik van een valse identiteitskaart.
Na zijn vrijlating vroeg eiser op 25 april 2020 asiel aan. Verweerder stelde het besluit omtrent de weigering van toegang uit en legde een vrijheidsontnemende maatregel op op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser voerde aan dat hij reeds toegang tot Nederland had gekregen en dat de maatregel daarom onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde echter dat eiser nooit daadwerkelijk toegang tot Nederland heeft verkregen en dat de maatregel rechtmatig is genomen binnen de grensprocedure.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter W.B. Klaus en griffier S. Pirs, zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel in de grensprocedure wordt ongegrond verklaard.