ECLI:NL:RBDHA:2020:4987

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2020
Publicatiedatum
5 juni 2020
Zaaknummer
NL20.6897
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure op grond van Dublinverordening

Verzoeker, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft partijen geïnformeerd over het voornemen de zaak buiten zitting af te doen, aangezien geen van de partijen een zitting noodzakelijk achtte. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

De voorzieningenrechter overwoog dat de bodemzaak, waarin het beroep werd behandeld, ongegrond is verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer nodig. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemzaak reeds ongegrond is verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.6897
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).

Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft partijen op 8 mei 2020 per brief geïnformeerd over haar voornemen om de zaak buiten zitting af te doen. Als één van de partijen wel een zitting wilde, moesten zij dit voor 15 mei 2020 om 17:00 uur aan de voorzieningenrechter kenbaar maken. Geen van de partijen heeft aangegeven dat zij een zitting noodzakelijk vinden.
Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de voorzieningenrechter bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

Verzoeker stelt dat hij geboren is op [geboortedatum] 1992 en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft.
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.6896, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om voorlopige voorziening gaat ongegrond verklaard.
3. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Omdat de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, is namelijk geen voorlopige voorziening meer nodig.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken
03 juni 2020

Documentcode: DSR11783216

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.