ECLI:NL:RBDHA:2020:4987
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure op grond van Dublinverordening
Verzoeker, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft partijen geïnformeerd over het voornemen de zaak buiten zitting af te doen, aangezien geen van de partijen een zitting noodzakelijk achtte. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.
De voorzieningenrechter overwoog dat de bodemzaak, waarin het beroep werd behandeld, ongegrond is verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer nodig. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemzaak reeds ongegrond is verklaard.