ECLI:NL:RBDHA:2020:5046
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening toelaatbaarheidsverklaring voortgezet speciaal onderwijs
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO 2801 om aan zijn zoon een toelaatbaarheidsverklaring voor voortgezet speciaal onderwijs voor de duur van één jaar af te geven. Na een bezwaarprocedure heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker heeft vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de continuïteit van het onderwijs van zijn zoon te waarborgen, mede gelet op de gevolgen van de coronamaatregelen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen bij onverwijlde spoed. Verzoeker stelt dat zonder voorlopige voorziening zijn zoon zonder school en financiering komt te zitten. Verweerder stelt dat het bestreden besluit alleen ziet op de toelaatbaarheidsverklaring en dat de financiering en het onderwijs gewaarborgd blijven, ook in het licht van de coronamaatregelen.
De voorzieningenrechter concludeert dat de huidige situatie, waarbij het onderwijs en de financiering tot oktober 2021 gegarandeerd zijn, onvoldoende spoedeisend belang oplevert om een voorlopige voorziening te treffen. Ook de effecten van de coronamaatregelen maken dit niet anders. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.