Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een faciliterend visum, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Bij het primaire besluit werd de aanvraag behandeld als een reguliere visumaanvraag, terwijl eiseres een faciliterend visum beoogde. Na bezwaar werd het bezwaar ongegrond verklaard, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De kern van het geschil betreft het ontbreken van objectief en verifieerbaar bewijs van het huwelijk tussen eiseres en de referent. De staatssecretaris stelde dat een huwelijksakte ontbrak en dat de overgelegde verklaring van het Iraakse Ministerie van Binnenlandse Zaken niet als objectief bewijs kon worden aangemerkt, mede vanwege tegenstrijdigheden met het uittreksel van de BRP.
Eiseres stelde dat de relatie bepalend is bij de beoordeling van een faciliterend visum en dat zij niet de mogelijkheid had gekregen om te reageren op de nieuwe afwijzingsgrond. De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende gelegenheid had gehad om op de afwijzingsgrond te reageren en dat het ontbreken van de huwelijksakte terecht tot afwijzing leidde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.