Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2020 in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser vroeg om verlenging van zijn gehandicaptenparkeerkaart, maar de aanvraag werd afgewezen op basis van een medisch advies van de GGD dat geen sprake is van een loopbeperking van minder dan honderd meter. Eiser voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat de arts mogelijk niet bevoegd was en dat zijn klachten progressief zijn. Ook stelde hij dat de arts adviseur niet objectief kon zijn omdat zij zowel in eerste aanleg als in bezwaar adviseerde.
De rechtbank oordeelde dat de arts bevoegd was en het advies onpartijdig en objectief was opgesteld. Het medisch onderzoek was voldoende onderbouwd en er was geen aanleiding om het advies te negeren. De klachten van eiser werden erkend, maar het bewijs voldeed niet om de conclusie te weerleggen. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de klachten niet zodanig ernstig waren dat een parkeerkaart noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een gehandicaptenparkeerkaart terecht af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de gehandicaptenparkeerkaart is ongegrond verklaard.