ECLI:NL:RBDHA:2020:5154

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 maart 2020
Publicatiedatum
10 juni 2020
Zaaknummer
nl.20.5007
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 3 DublinverordeningArt. 17 DublinverordeningArt. 8:57 Algemene wet bestuursrechtVerordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en systeemfouten Slovenië

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Slovenië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De staatssecretaris baseerde dit op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en het feit dat Slovenië het verzoek tot terugname heeft aanvaard.

Eiser stelde dat in Slovenië ernstige systeemfouten bestaan in de asielprocedure en opvang, verwijzend naar rapportages van AIDA en Amnesty International, en dat de staatssecretaris artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen vanwege bijzondere omstandigheden. Tevens wees hij op het recente reisadvies en de opschorting van overdrachten vanwege het coronavirus.

De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Slovenië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het persoonlijke relaas van eiser en de rapportages tonen geen systeemfouten die overdracht verhinderen. Ook de subsidiaire grond faalde omdat geen bijzondere individuele omstandigheden waren gesteld.

Het reisadvies en de opschorting van overdrachten vanwege COVID-19 doen niet af aan de bevoegdheid van de staatssecretaris om overdracht uit te voeren zodra mogelijk. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Slovenië is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.5007

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] eiser

(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).

Procesverloop

Bij besluit van 23 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben ingestemd met afdoening buiten zitting [1] .

Overwegingen

1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw); daarin is bepaald dat een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening [2] is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Slovenië een verzoek om terugname gedaan. Slovenië heeft dit verzoek aanvaard.
2. Eiser voert in beroep tegen het bestreden besluit aan dat in Slovenië sprake is van ernstige systeemfouten in de asielprocedure en –opvang, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. Hij verwijst daartoe naar rapportage van AIDA [3] van 2018, update maart 2019, en van Amnesty International van juni 2018. Subsidiair vindt eiser dat verweerder toepassing had moeten geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Tot slot heeft eiser gewezen op het recente reisadvies over Slovenië (18 maart 2020) en de omstandigheid dat verweerder overdrachten in het kader van de Dublinverordening heeft opgeschort.
De rechtbank oordeelt als volgt.
3. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder ervan uitgaan dat Slovenië zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat Slovenië dit niet doet. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser daarin niet geslaagd. Het persoonlijk relaas van eiser biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de asielprocedure en –opvang in Slovenië niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat eiser naar eigen zeggen slechts twee dagen in Slovenië heeft verbleven [4] en er daarna voor heeft gekozen dat land te verlaten. De stelling dat eiser niet in de gelegenheid is gesteld zijn asielmotieven naar voren te brengen, kan dan ook geen doel treffen. Ook uit de aangehaalde rapportage van AIDA en Amnesty International valt niet af te leiden dat in Slovenië sprake is van systeemfouten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. Uit het AIDA-rapport blijkt dat de grote asielinstroom weliswaar gevolgen heeft gehad voor de wachttijd, maar dat asielzoekers nog altijd binnen een maand worden gehoord. Dat asielzoekers in afwachting van de indiening van hun asielaanvraag moeten verblijven in een
Asylum Homeen dat dit zeven dagen kan duren, is gelet op de verblijfsomstandigheden [5] , niet aan te merken als onmenselijk. Bij het horen in de asielprocedure wordt gebruikgemaakt van tolken, zij het dat de kwaliteit van de tolkendiensten niet altijd voldoet aan de standaarden. Anders dan eiser heeft betoogd, kan daarom niet worden gezegd dat klagen bij de autoriteiten niet mogelijk is als daarvoor aanleiding bestaat. Daarmee kan nog niet gesproken worden van een systeemfout. Ook blijkt dat asielzoekers toegang hebben tot een rechtsmiddel en tot kosteloze rechtsbijstand. Dat er sprake is van
push backsvan asielzoekers aan de grens, raakt eiser als Dublinclaimant niet, nu Slovenië met het claimakkoord heeft toegezegd de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen. Om dezelfde reden treft de stelling dat niet gegarandeerd is dat eiser weer toegang tot de asielprocedure krijgt en dat hij opvang krijgt, geen doel.
4. De subsidiaire beroepsgrond van eiser dat verweerder toepassing had moeten geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening, faalt eveneens. De rechtbank begrijpt dat eiser met zijn beroepsgrond heeft willen betogen dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt. Eiser heeft geen beroep gedaan op andere omstandigheden dan die zien op onderwerpen die van betekenis zijn voor de beoordeling of er aanwijzingen zijn dat Slovenië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Verweerder heeft reeds daarom geen gebruik hoeven maken van zijn beoordelingsruimte om bijzondere, individuele omstandigheden als hiervoor bedoeld aanwezig te achten. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 augustus 2014 [6] .
5. Het recente reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over reizen naar Slovenië strekt ertoe dat niet-noodzakelijke reizen naar dat land worden ontraden, in verband met het corona-virus. Om dezelfde reden heeft verweerder overdrachten van en naar andere Dublinlidstaten opgeschort. Deze informatie kan naar het oordeel van de rechtbank niet afdoen aan verweerders bevoegdheid om eiser over te dragen aan Slovenië zodra de omstandigheden zich daartoe lenen.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Loonstra, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Verordening (EU) nr. 604/2013.
3.Asylum Information Database.
4.Pagina 5 rapport aanmeldgehoor Dublin 18 november 2019.
5.Pagina 20 van het AIDA-rapport.